makkelijke teksten

Waarom makkelijke teksten betrouwbaar zijn (plus vuistregels om ze zelf te schrijven)

Stel je voor, je schrijft een tekst over jouw vakgebied. Dan wil je dat de lezers jou als expert vertrouwen. Maar, hoe zorg je daar voor?

Wat leest fijner?

Eerst een klein testje. Welke alinea leest fijner, sneller of makkelijker?

UX-design optimaliseert digitale interacties door middel van diepgaande analyse en empathisch onderzoek, gericht op het creëren van intuïtieve en naadloze gebruikerservaringen.

Of

UX design verbetert digitale interacties door te begrijpen hoe mensen ze gebruiken en daarop in te spelen. Het doel is dat iedereen digitale producten goed begrijpt en makkelijk gebruikt. 

Er is natuurlijk geen goed of fout antwoord. Iedereen heeft een eigen voorkeur. Zelf kiezen we voor de tweede alinea. Waarom? Dat lees je in dit artikel.

Je hebt geen moeilijke woorden nodig om te laten zien dat je er verstand van hebt

Wat geeft jou een fijner gevoel en wie vertrouw jij meer?

  • De monteur die jou in duidelijke taal uitlegt wat hij heeft gedaan bij de APK. Ook al weet je dat dit de simpele versie is van het verhaal.
  • De monteur die correcte vaktermen gebruikt. Je snapt alleen niet wat hij heeft gedaan. Of waarom die rekening zo hoog is.

Door woorden te gebruiken die mensen kennen, win je het vertrouwen. Je laat zien dat jij de expert bent door moeilijke dingen zo uit te leggen dat de lezer het begrijpt. En daarmee win jij het vertrouwen van de lezer. Je voorkomt er ook nog eens mee dat mensen afhaken. Dat is ook belangrijk, want als iemand afhaakt krijg je nooit de kans om het vertrouwen te winnen.

Begrijp eerst wie je lezers zijn, dan pas kun je makkelijke teksten schrijven

Maar wacht nog even met schrijven. Denk eerst na over je lezers. Wie lezen jouw teksten? Of wie zou je willen als lezer?

Het kan helpen om persona’s te maken zodat je weet voor wie je schrijft. Je komt er dan ook meteen achter of je een goed beeld van hen hebt. Denk aan:

  • Wat is hun opleidingsniveau?
  • Wat is hun hulpvraag?
  • Wat zijn (globaal) de persoonskenmerken?

Bedenk daarnaast in welke categorie jouw dienst of product valt. Dat maakt namelijk duidelijk wat voor soort teksten je nodig hebt.

Is jouw product iets wat ze willen begrijpen? Willen ze bijvoorbeeld weten hoe het is gemaakt?  Denk aan duurzaam gemaakte kleding. Die doelgroep is geïnteresseerd in het productieproces of de manier waarop je een fabriek selecteert. Het is slim om dan meer in te gaan op de details. Je zal dan misschien een vakterm gebruiken. Dat is niet erg, als je maar meteen uitlegt wat het betekent.

Het kan ook zo zijn dat jouw dienst mensen wil ‘ontzorgen’. Denk aan een boekhouder: zijn klanten willen niet alle termen van de belastingdienst weten. Ze willen vooral zeker weten dat hun boekhouder dit weet. Moet hij dan alle termen uitleggen op zijn website? Dat leest natuurlijk niemand. Hij kan beter de eisen die de belastingdienst stelt samenvatten en in normale taal uitleggen. Zo laat hij zien dat hij weet wat hij doet, en dat zijn klanten het los mogen laten.

Wat is ‘begrijpelijke taal’?

Elke lezer houdt van teksten in ‘begrijpelijke taal’. Dit kost namelijk veel minder energie om te lezen en toe te passen.

Maar wat is begrijpelijke taal precies? Daar verschillen de meningen over. De een noemt het ‘schrijven op B1’, de ander vindt dat commercieel. Sommigen zijn bang dat we allemaal als Jip en Janneke moeten gaan schrijven (wat helemaal niet zo makkelijk leest, trouwens). Of dat alle teksten op elkaar gaan lijken, zoals de berichten op LinkedIn.

Hoe je het ook noemt, het doel blijft hetzelfde. Je wil dat zoveel mogelijk mensen jouw teksten (gemakkelijk) lezen en begrijpen. Zonder dat alle teksten op elkaar lijken. En zonder in een boek van Annie M.G. Schmidt te belanden. De volgende vuistregels helpen je daarbij.

Vuistregels voor makkelijke teksten

  • Schrijf actief
    ‘Wij sturen u een e-mail’ in plaats van ‘Wij zullen u een e-mail sturen’.
  • Gebruik korte en veelgebruikte woorden
    Een woord met meer dan 3 lettergrepen is meestal te moeilijk.
  • Gebruik woorden in hun letterlijke betekenis
    Schrijf alleen ‘het dak gaat eraf’ als je aannemer bent en het dak er ook echt af gaat.
  • Maak korte zinnen
    Er bestaat geen officiële ideale zinslengte. Over het algemeen geldt wel: hoe langer de zin, hoe lastiger te lezen. Volgens B1-richtlijnen is het maximum 12 woorden per zin. Als het gaat om SEO richtlijnen dan geldt er een maximum van 20 woorden per zin. Wissel sowieso korte en iets langere zinnen met elkaar af. Dat zorgt voor een fijn leesritme.
  • Kies één boodschap per zin
    Zo voorkom je dat je bij elke zin de woorden moet tellen. Met één boodschap per zin krijg je automatisch duidelijke zinnen.
  • Maak korte alinea’s
    Een alinea blijft begrijpelijk met maximaal 10 zinnen of 100 woorden.
  • Schrijf persoonlijk
    Dat is makkelijker lezen en komt vriendelijker over. Win-win.
    Dus ‘Parkeert u in de parkeergarage? Betaal dan voordat u wegrijdt’ in plaats van ‘Bij een bezoek aan de parkeergarage is het nodig om eerst te betalen voordat u weg kunt rijden.’
  • Schrijf zinnen positief
    Schrijf op wat iemand wél moet doen, niet wat hij niet moet doen. Haal dubbele ontkenningen weg, die zijn verwarrend.

Alle teksten op rijksoverheid.nl zijn geschreven op B1-niveau. Begrijpelijke taal, dus. Een mooie plek om inspiratie op te doen.

Vaktermen en jargon, je ontkomt er niet aan (of wel?)

Alles is uit te leggen in begrijpelijke en eenvoudige taal. Van bijsluiter tot hypotheekofferte en testament. Als je het wil, kun je het echt simpeler omschrijven. Dat heeft wel gevolgen voor het gebruik van vaktermen en jargon.

Vaktermen en moeilijke woorden zijn namelijk abstract en ingewikkeld. Het is aan de lezer om te bedenken wat jij er precies mee bedoelt. Daarmee maak je het jezelf een stuk makkelijker. Maar het risico is dat mensen je verkeerd begrijpen. Of helemaal niet begrijpen en afhaken. Het beste is om vaktermen en jargon alleen te gebruiken als ze echt nodig zijn.

Stel, je bent een notaris en op je website wil je bepaalde wet- en regelgeving uitleggen. Dan moet je wel vaktermen en jargon gebruiken, toch? Ja, en nee. Stel jezelf eerst de volgende vragen:

  1. Wat wil ik bereiken met deze vaktermen?
  2. Is het belangrijk dat de lezer deze termen kent of herkent? Moet hij ergens alert op zijn of iets op kunnen zoeken?
  3. Mogen de termen meteen vergeten worden?
  4. Kan ik de term op een andere manier uitleggen of omschrijven?

Beantwoord deze vragen zo eerlijk mogelijk. Dan weet je of je voor die vakterm een uitzondering kan maken, of niet.

Tips voor een tekst die jouw doelgroep begrijpt

Er zijn al wat tips langs gekomen. Hier zie je een samenvatting.

  • Ken je doelgroep en sluit erop aan.
    Sluit aan op hun persoonskenmerken en op hun verlangens. Je kunt hiervoor persona’s maken. Dat helpt ook als je meerdere mensen hebt die teksten schrijven. Zo richt iedereen zich op dezelfde doelgroep.
  • Schrijf op B1-niveau
    Teksten op B1-niveau zijn leesbaar voor een groot deel van de Nederlanders. Bijt jezelf hier niet te hard in vast. Gebruik het als richtlijn, het houd je scherp. Ben je nieuwsgierig naar jouw woordkeuzes? Kijk eens op www.ishetb1.nl. Hier vind je of een woord B1 is (volgens hun database). En zo niet, wat je dan zou kunnen kiezen. Dit is geen sluitende lijst. Het helpt vooral om eens anders naar woorden te kijken.
  • Vermijd vaktermen en jargon
    Het is bijna nooit nodig. Als het écht moet, leg het dan meteen uit. Is het lastig om uit te leggen zonder vaktermen? Mooi! Zie het als een kans om te laten zien wat voor expert jij bent. Of als een teken om het te schrappen.

En wat ook altijd helpt: lees je tekst eens hardop voor. Struikel je over zinnen? Pas ze aan. Ben je de draad kwijt, pas het aan. Is er iemand in de buurt die het voor kan lezen? Nog beter! Dan heb jij alle aandacht om te luisteren wat niet lekker loopt.

Win de aandacht en het vertrouwen van je lezer

Met een uitleg die iedereen begrijpt, laat je zien dat je er verstand van hebt. Je wint er de aandacht en het vertrouwen mee van je lezers. Maar, houd wel je eigen stijl. Wat maakt jou, jou? Praat jij een beetje ‘wollig’ en met veel beleidstaal? Dan is het gek als je heel anders schrijft. Zoek de balans, maar ga bij twijfel altijd voor de simpele optie.

Voor de twijfelaars: je las deze makkelijke tekst op (grotendeels) B1-niveau. Je hebt het einde gehaald en bent niet afgehaakt. Laat ons weten wat je ervan vond!

Deel dit blogbericht via